
Dinsdagochtend 1 september is Cassandra Wilson in Jackson, Mississippi, overleden. Ze was zeventig; ze werd op 4 december 1955 in die stad geboren. Een dag later, op 2 september, maakte Robert Torre, die al twintig jaar haar manager is, het bekend via het jazzstation WBGO in New Jersey. Ze is vredig thuis gestorven, zei hij, bij haar familie.
Haar Blue Light ’Til Dawn verscheen in 1993 bij Blue Note, het label waar ze een jaar eerder tekende, met Craig Street als producer: de plaat waarmee ze bij dat label doorbrak. Wilson zong laag, vanuit Jackson, en nam blues en folk mee naar een jazzplaat zonder dat het een trucje werd. Blue Light ’Til Dawn is te beluisteren via Qobuz; wie hem op vinyl wil, vindt de lp in de winkel van Blue Note, in de Classic Vinyl-reeks.
Twee jaar later volgde New Moon Daughter (1995); in 1997 kreeg ze daar de Grammy voor beste jazzvocalalbum. Daarna die plaat, als je bij Blue Light begon. In 2009 volgde dezelfde prijs voor Loverly, een standardsplaat uit 2008. Haar laatste album was Coming Forth by Day (2015), een hommage aan Billie Holiday. Een nieuw studioalbum kwam er daarna niet, maar ze bleef optreden; in 2022 werd ze Jazz Master van de National Endowment for the Arts.
Nederland kende haar van het podium: op 8 oktober 2013 in Paradiso in Amsterdam, en op North Sea Jazz in Den Haag en later in Rotterdam Ahoy — de laatste keer daar in 2015. Op de 50ste North Sea Jazz, in juli 2026, stond ze opnieuw op het programma; drie dagen voor aanvang bleef ze weg, en het festival ging door.
In juli 2001 zette Time haar in het America’s Best-nummer, in de rubriek Singer. Op 26 augustus 2007 zong ze op het Charlie Parker Jazz Festival in New York. Wie nu luistert, begint bij Blue Light — en laat de rest volgen, van Jackson naar de late Holiday-plaat, en naar de jaren dat ze hier op North Sea Jazz stond.