Internationaal

Montréal Jazz Festival: gratis tot middernacht

Stevie Wonder opende in 2009 Place des Festivals: eerst de regen, daarna Motown tot diep in de nacht, gratis.

Publiek en straatband op Place des Festivals tijdens FIJM
Place des Festivals tijdens FIJM. Foto: Jeangagnon / Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0)

Op 30 juni 2009 staan fans al vanaf zes uur ’s ochtends op Place des Festivals. Het is de opening van de dertigste Montréal Jazz Festival, en die ochtend krijgt Stevie Wonder een Spirit Award. ’s Avonds valt de stortbui: paraplu’s, natte schermen, crews die alles droogmaken. Rond half elf is de regen voorbij. Wonder komt het podium op met zijn band en dochter Aisha Morris, begint met een eerbetoon aan Michael Jackson, speelt solo’s op piano en harmonica, en zet daarna Motown in tot diep na middernacht. Honderdduizenden mensen staan er zonder ticket — alleen een nieuwe openluchtplek die eindelijk open is voor wie wil komen. Globe and Mail en de Gazette schreven over de bui, de vertraging en een menigte die media op honderdduizenden schatten, precies genoeg om te horen: een stad die jazz binnenlaat zonder kaartcontrole.

De 46e editie, van 25 juni tot 4 juli 2026, is net geweest, en de 47e staat al klaar voor 25 juni tot 4 juli 2027. Wat blijft, is de formule die Alain Simard en André Ménard vanaf 1980 bouwden: gratis openlucht tot middernacht en ticketed zalen eromheen — dezelfde afspraak die Wonder die juni-avond belichaamde. Eerst was het een weekend op Île Sainte-Hélène met Ray Charles en Chick Corea; later volgden straat en Place des Arts, en vanaf 2009 Place des Festivals in Quartier des Spectacles.

Die gratis schaal in de open lucht kwam niet vanzelf. Vanaf 1986 kwam het eerste grootschalige gratis openluchtprogramma, tot Cirque du Soleil in 1995 een gratis show neerzette op Ste-Catherine — tot de menigte te groot wordt. Ménard zei later: «We had far too many people. We almost lost control of the crowd.» Zonder vaste plek bleef dat riskant, tot Place des Festivals die menigte plek gaf om te staan — en Wonder doopte die plek zonder kaartjes te vragen. Simard zei ooit dat hij de formule van het gratis stadsfestival had bedacht om muziek te democratiseren. Dat is zijn claim, in zijn woorden: wat de oprichters wilden.

In 2011 laat een ticketavond zien hoe breed het festival programmeert, wanneer Prince twee nachten speelt in Metropolis, nu MTELUS, zo’n 2300 plaatsen. De Gazette noemt de booking opportunistisch, en Prince leest het, oefent drie uur en eet niet. Het eerste uur komt hij met een pruik, bijna zonder licht, met vocoder, vrij geïmproviseerd, en een deel van het publiek loopt boos weg. Na een pauze die niet gepland was, gaan de lichten aan. Via Ménard klinkt Princes zin: «Who was that guy playing that shit? We’re here to play rock ’n’ roll!» Daarna volgt anderhalf uur hits, in totaal ongeveer vier uur, met zes encores. Ménard noemt het later de meest verbijsterende avond die hij meemaakte. «Don’t tell him what he’s supposed to do!» Van die pruik-opening is vrijwel geen footage; het verhaal leeft via wie er was — een programmeur die iemand liet doen wat die avond vroeg, niet wat de kritiek eiste.

Nederlandse improvisatoren stonden er ook, in een echte zaalreeks. Op 27 juni 2008 spelen Ab Baars en Ig Henneman in Monument National, in de Jazz Contemporain-reeks: clarinet en saxofoon tegenover altviool, terwijl recensent Adam Kinner schrijft over Baars die minutenlang in het hoogste register blijft — hard, ruw — en daarna over lyrische sax naast gevoelige altviool, Dutch jazz bij droge humor, absurditeit én virtuositeit. Een jaar eerder had hij Han Bennink al zo gezien: op de vloer beukend «like a lunatic» en tegelijk onwaarschijnlijk precies, en Baars speelt die week in Montréal ook met Corkestra op hetzelfde podium — één avond die je kunt zien: twee Nederlandse improvisatoren in een volle festivalzaal, naast de grote namen op de podia op straat, in een recensie die die avond beschrijft alsof je erbij zat.

Miles Davis speelde er in 1985 middernacht in Théâtre St-Denis, na Tony Bennett — jazzkern naast het straatfeest — en die lijn bleef toen Simard en Ménard sinds 2019 niet meer aan het stuur stonden; ze zitten in de menigte, terwijl de programmering verder ging via onder meer Laurent Saulnier en later Maurin Auxéméry — buiten bleef het gratis tot middernacht. In 2004, bij de 25e editie, telde Guinness World Records 1.913.868 bezoekers en noemde Montréal het grootste jazzfestival — een getal van die editie. Wat bleef, is de afspraak: outdoor gratis tot middernacht, zalen met ticket eromheen, en een programmering die jazzkern naast blokbusters durft te zetten.

Op 29 juni 2024 zong Dominique Fils-Aimé gratis op de TD Stage, en later verscheen die avond als livealbum — de gratis avond doet nog wat Wonder in 2009 beloofde. Hieronder is Dominique Fils-Aimé te horen:

Montréal houdt Place des Festivals open zonder ticket tot de stad stilvalt, en in 2027 komt de 47e editie terug: opnieuw het plein, opnieuw gratis tot middernacht.