Eind 2024 zette Julian Lage een wekker op twintig minuten, speelde een deuntje, nam het één keer op, en begon opnieuw. Hij had een residentie bij SFJAZZ en haalde Jorge Roeder, Kenny Wollesen en John Medeski erbij, oude vrienden die nog nooit samen hadden opgenomen, bas, drums en toetsen in één kamer. Van misschien honderd schetsen hield hij er vijftig over, daarna een handvol die het frame van de plaat werden. Scenes from Above verscheen 23 januari 2026 op Blue Note, negen stukken, ruim veertig minuten, in twee dagen opgenomen in Sear Sound in New York. Joe Henry produceerde, net als op Speak to Me, en zei het meteen: dat record hoefden ze niet meer te bewaken.

Lage wilde geen leider waar de rest omheen bouwt. Hij dacht aan folklorische muziek: Susana Baca, vroege calypso, Amerikaanse blues, Bartók. Soms koos hij akoestische gitaar in plaats van elektrisch, om Medeski uit het bekende orgel-plus-gitaartrio te lokken. Medeski lacht daarover: toetsenisten spelen te veel noten, hij ook. Lage denkt na, zegt hij, en is tegelijk vrij. De stukken blijven rond de vier minuten, omdat ze in de studio zacht konden spelen en elkaar nog hoorden. Alleen Night Shade duurt zeven minuten: orgel als gospel, gitaar als blues, zonder dat het openbarst.
Lage was als kind de jongen uit Jules at Eight, dertig jaar geleden; dit is de plaat van vier musici in één kamer, die tegen elkaar praten en nooit over elkaar heen. De plaat is te koop in de Blue Note-shop.