Vorige week zat Hiromi achter de vleugel en het Metropole Orkest vulde de zaal achter haar — Miho Hazama aan de baton, vier Nederlandse avonden waarin die mix elke keer opnieuw opviel. Jazz.nl had de tour vooraf al in het nieuws. Wat je hoorde was geen kamermuziekje bij een solist: strijkers én bigband tegelijk, de pianiste die duwde, het orkest dat antwoordde, de zaal die meespeelde. In de ene passage fluisterden de strijkers onder Hiromi’s rechterhand, in de volgende stond de ritmesectie er vol in en nam de zaal het tempo mee. Wie die septemberavonden meemaakte, wist: dit is geen eenmalige stunt. De pianiste kreeg een heel orkest mee, en het orkest speelde alsof de avond van hen was.

Die mix begon bij een microfoon. Op 25 november 1945 klonk het Metropole Orkest voor het eerst via Radio Herrijzend Nederland. Pianist en arrangeur Dolf van der Linden — op instigatie van regering en Koninklijk Huis — zette in Hilversum een omroepensemble neer dat strijkers én bigband-ritme in één formatie bracht. Hij bleef vijfendertig jaar de motor: een huisorkest voor de microfoon, dat de pop- en jazzkleuren van zijn tijd oppikte terwijl het speelde wat de zender vroeg. Zonder eigen grote concertzaal speelde het orkest waar de opdracht lag, binnen de Publieke Omroep en later het Muziekcentrum van de Omroep — jarenlang het vaste orkest achter de microfoon. Studio’s, uitzendingen, arrangements die dezelfde avond de ether in gingen — zo groeide de formatie, avond na avond, tot de mix van strijkers en ritmesectie gewoon klonk. Wie de radio aanzette, kon het Metropole zomaar tegenkomen tussen nieuws en amusement: geen abstract instituut, maar klank die het land in ging. In café en keuken klonk het alsof het bij de uitzending hoorde — omdat het dat ook was. In die eerste decennia werd het orkest een stem die je herkende, ook als je de namen van de musici niet kende.
In 2013 liet het orkest de omroepband los. Met Hilversum als thuis koos het zelf de avonden en de gasten — North Sea Jazz, ADE, de BBC Proms — en bouwde het een agenda die niet meer op zenderopdrachten wachtte, maar op concerten die het zelf wilde spelen — avonden waarbij het orkest de gast koos, niet andersom. Vince Mendoza had de formatie al over de grens gezet, met jazzgrootheden op de lessenaar; Jules Buckley werd chef en hield jazz én pop tegelijk in de gaten, precies de dubbele opdracht die dit orkest hoorbaar maakt wanneer een gast de avond deelt. (Rogier van Otterloo had eerder de groove dichterbij getrokken; Dick Bakker had het Metropole weer laten tellen in de programmering — twee hoorbare wendingen, geen aparte termijnen.) Vijftig vaste musici: strijkers, bigband en ritmesectie in dezelfde rangen.
Het bewijs lag in Dordrecht. Met Snarky Puppy nam het orkest Sylva op — uitgebracht in 2015 — en in 2016 wonnen Snarky Puppy & Metropole Orkest samen de Grammy voor Best Contemporary Instrumental Album. In die zaal zat de belofte in één opname: grooveband en orkest die elkaar serieus nemen, zonder dat de een de ander wegdrukt. Je hoort de band pushen en de strijkers antwoorden, alsof Dordrecht één kamer was — geen studio-lagen die later aan elkaar zijn geplakt, maar musici die elkaars frases oppikken terwijl de band doorloopt. Geen begeleidingsorkest op de achtergrond: een partner die meeschrijft aan het geluid. Die Grammy hangt aan wat daar te horen was — gedeeld, niet aan één partij toegeschreven. Voor het orkest was het geen bijrol die toevallig meedeelde, maar het bewijs dat de formatie op die avond even hard meeschreef. Gregory Porter volgde, later ook DOMi & JD BECK: collabs die jazzpubliek én poppubliek naar dezelfde avond trekken. Seizoen 2020/21 werd Buckley honorair en kwam Hazama als vaste gastdirigent; in december 2023 keerde Buckley terug als chef. Mendoza blijft honorair meedraaien.
Hazama dirigeerde Arakatak (6 maart 2026): nieuw werk van onder meer Mendoza, Postma, Louis Cole en haarzelf — geen nostalgische herhaling, wel stukken die je meteen wilt horen. De plaat lag er al voordat Hiromi de Nederlandse zalen in ging. De week van 10 tot 13 september paste daar naadloos op: opnieuw Hazama, opnieuw volle zalen, opnieuw diezelfde spanning tussen solist en formatie. Niet omdat iemand de these herhaalde, maar omdat je het opnieuw hoorde — de pianiste die ruimte nam, het orkest dat meespeelde.
Hieronder is Arakatak te horen:
Vooruit: Fresku speelt Hand op mijn hart met het Metropole, onder meer op 27 oktober in het Concertgebouw onder Simon Dobson. Eind november staat Jong Metropole met Jeangu Macrooy — Regentes, Heuvellaan, LantarenVenster. Wat na die Hiromi-week blijft hangen — als je die avond nog eens voor je ziet — is een formatie die een jazzgast niet begeleidt maar meespeelt, en die straks Fresku en Jong Metropole dezelfde Nederlandse zalen intrekt.