
Woensdag 4 november krijgt Oscar Jan Hoogland in het Bimhuis in Amsterdam de Willem Breuker Prijs 2026. De avond eromheen stelde hij zelf samen. Het programma opent met Piano Pendulum, een duo met pianist Tim van Dongen. Verder zijn er een film over Willem Breuker, een duo met drummer Han Bennink, een voorstelling van zijn studenten van de mime-afdeling van de Academie voor Theater en Dans en een ensemble van tien musici.
Bij de prijs horen vijftienduizend euro en een plastiek van Wim T. Schippers. De prijs gaat om de twee jaar naar een musicus die werkt in de geest van Willem Breuker, de componist en saxofonist die met zijn Kollektief vijfendertig jaar over de wereld reisde. Hoogland dook zo’n twintig jaar geleden op in de Amsterdamse impro, in een nieuwe lichting die de traditie van Breuker, Misha Mengelberg en Han Bennink voortzette en tegelijk openbrak.
Wie hem vraagt wat de Amsterdamse impro mist, krijgt eerst te horen wat er wel is. “De Amsterdamse impro is scene based art,” schrijft Hoogland. “Die scene is rijk.” Hij noemt de traditie, de muzikale taal en de banden met de rest van de wereld. “Veel urgentie ontstaat in hoe een scene zich verhoudt tot andere scenes.”
Met Chicago, Berlijn en Brussel zijn die banden sterk, schrijft hij. Londen heeft een duw nodig. “De verbinding met London is toe aan een revival.” Tussen Cafe Oto daar en Amsterdamse podia als OCCII en het Bimhuis rust de lijn nu vooral op het werk van de impropunkband The Ex. Een club als Space is the Place werkt juist veel met Belgen samen. Zo gaat Mother Tongue, het trio van Hoogland, drummer Frank Rosaly en Mola Sylla, in december op tour langs Belgische en Duitse steden, met podia als Rataplan in Antwerpen. Die lijnen trekt hij al langer zelf. In 2016 verbond hij op het ABC Doek Festival de scenes van Amsterdam, Berlijn en Chicago.
Rijk is de scene ook in de samenwerking tussen generaties en in de vele achtergronden van de musici. “Van Senegalese griot tot Amerikaanse jazz van Zaanse Punk tot zuid Amerikaanse Cumbia.” In die rij herken je zijn eigen werk. Hoogland improviseert met de Senegalese griot Mola Sylla en speelt cumbia met Superinca van Ibelisse Guardia Ferragutti. Met Zea, de groep van The Ex-voorman Arnold de Boer, toerde hij door Ghana en Burkina Faso.
Daarna slaat de toon om. “Er zijn bijna geen musici over van mijn generatie,” schrijft Hoogland. “Vele zijn de stad uit omdat die onbetaalbaar is.” Volgens hem zijn er “niet eens veel te dure huizen meer om in te wonen”. Wie blijft, moet “van projectje naar projectje” hollen, zonder “een veilig thuis om vanuit te ontwikkelen en werken”. Hij vat het samen in drie korte zinnen. “Geen huis. Tijdelijke podia. Tijdelijke budgetten.”
Het gaat hem om tijd. “Het duurt namelijk 10 jaar om echt nieuwe wegen te ontwikkelen voor de muziek met echte mensen die echt wezenlijk van elkaar verschillen.” Juist die lange, moeilijke weg levert volgens hem de interessantste kunst op. “Liefde voor de andere ander heeft tijd nodig en ruimte.” Wat er nu ontbreekt, schrijft hij, zijn “langzame lange bogen en huizen voor de mensen nadat ze zijn afgestudeerd”.
Hij houdt het niet bij een klacht. “We hebben onze 30-45 generatie verloren aan andere steden. Laten we proberen de twintigers van nu te behouden voor de scene en de stad.” Dan stelt hij drie vragen aan iedereen die kan helpen. “Wie heeft er een woonruimte voor Hristo en Vera Morais? Wie wil een band langdurig traag financieel steunen met repetitiebudget? Wie wil er energie steken in het gezond houden van de niet tijdelijke podia in de stad?”
Met Han Bennink speelt Hoogland al jaren in duo. In augustus 2020 namen ze in het Bimhuis Goede Reis! op. Tussen hun improvisaties door spelen ze daarop stukken van Thelonious Monk, Misha Mengelberg en Duke Ellington. Op 4 november zijn ze in dezelfde zaal weer samen te horen.
Ook het ensemble van die avond bestaat bijna helemaal uit musici uit zijn eigen groepen. Hoogland speelt piano en elektrisch klavichord. Ab Baars, ook lid van Hooglands kwartet LOOT, speelt tenorsaxofoon en klarinet. Verder zijn er onder anderen Mola Sylla, Ada Rave, Mary Oliver en Harald Austbø. Met drummer Jannes Deurvorst is Hoogland op de meeste donderdagavonden te vinden in TAKLAND, een podium in een kraakpand midden in de stad.
Vijf dagen na de prijsavond speelt Hoogland in Huis de Pinto in Amsterdam. Op 8 december speelt hij met Mother Tongue in POM in Eindhoven.
Hoogland en Bennink zijn ook te zien in de reeks The Impro Train van het Bimhuis. Op oscarjanhoogland.com zijn meer films te zien, van onder meer The Ambush Party, LOOT en Mother Tongue.